Betalingsonmacht? tijdig melden!

Een bestuurder kan aansprakelijk worden gesteld wanneer belastingaanslagen – voor de onderneming waarvan hij bestuurder is – onbetaald blijven. Wanneer een bestuurder wordt verdacht van onbehoorlijk bestuur dan wordt hij wel in de gelegenheid gesteld om zijn verdenking te weerleggen. De bestuurder moet dan wel hebben voldaan aan de meldingsplicht van de betalingsonmacht (artikel 36, lid 2 Invorderingswet/IW).

Rechten van de schatkist

Stel, de bestuurder heeft de betalingsonmacht niet tijdig gemeld, dan heeft hij op grond van artikel 36, lid 4 IW geen toegang tot deze bewijsmogelijkheid. Een en ander is duidelijk geworden nadat de Hoge Raad onlangs heeft beslist dat het onweerlegbare bewijsvermoeden van artikel 36, lid 4 IW niet in strijd is met het communautaire rechtszekerheids- en/of evenredigheidsbeginsel. De wetgeving is tot stand gekomen om de rechten van de schatkist te beschermen; door te bewerkstelligen dat de ontvanger zo vroeg mogelijk op de hoogte is van betalingsproblemen van een onderneming, kunnen tijdig maatregelen worden getroffen ter verzekering van de inning van de belasting.

Persoonlijk aansprakelijk

De bepaling bevat een sterke stimulans voor bestuurders om zich aan de meldingsplicht van artikel 36, lid 2 IW te houden. Immers, nu kan hij persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. De wetgever gaat daarmee niet verder dan voor dit doel redelijkerwijs noodzakelijk is. Van een bestuurder mag worden verwacht dat hij op de hoogte is of zich laat stellen van de financiële situatie van de onderneming waarvan hij bestuurder is. Verder is het in de regel niet moeilijk voor een bestuurder om betalingsmoeilijkheden tijdig te melden. Dat de regeling ook geldt als niet is gebleken dat er sprake is van misbruik en dat mededeling van de betalingsonmacht binnen een bepaalde termijn moet worden gedaan om een bestuurder te ontlasten, doet daaraan niet af.

Geplaatst in Blog door admin.